ICD - Interstedelijke Criminologie Dag

Workshops

Openingslezing ICD 2011

Prof. mr. M.J. Borgers
Dhr. Borgers is hoogleraar straf(proces)recht aan de Vrije
Universiteit. Hij is tevens raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof te
Amsterdam. Zijn onderzoek heeft onder andere betrekking op de strafrechtelijke
bestrijding van terrorisme. In zijn oratie ‘De vlucht naar voren’ (2007) is hij
ingegaan op de ontwikkeling van vormen van preventief strafrecht als reactie op
moderne vormen van terrorisme. Hij heeft voorts ook gepubliceerd over terroristische
misdrijven en het kaderbesluit inzake terrorismebestrijding.

In zijn lezing geeft Dhr. Borgers een overzicht van het instrumentarium dat het
afgelopen decennium is ontwikkeld ter bestrijding van terrorisme. Aan de hand van
een korte historische beschouwing en recent evaluatieonderzoek gaat hij vervolgens
in op de vraag welke meerwaarde dit instrumentarium heeft en ook welke nadelen en
risico’s daaraan kleven.

Er worden workshops gegeven door:

Prof. dr. W.G. Werner
Dhr. Werner is hoogleraar Volkenrecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is hij voorzitter van het onderzoeksprogramma ‘The Boundaries of Law’. Hij is voornamelijk geïnteresseerd in ‘international legal theory’; de wisselwerking tussen het internationale recht, internationale politiek en de internationale wettelijke regeling ten aanzien van het gebruik van geweld. Ook heeft hij onlangs een vierjarige beurs ontvangen voor het opzetten van een Europees onderzoeksnetwerk dat onderzoek doet naar de veranderingen in de internationale rechtsorde.

Sinds het begin van de 21e eeuw zijn enkele honderden individuen gedood als gevolg
van een beleid van ‘targeted killing’; het gericht doden van individuen die als
veiligheidsrisico worden beschouwd. Vooral volgens de Israël en de Verenigde Staten
is een dergelijk beleid te rechtvaardigen op zowel morele als juridische gronden.
Ook verschillende academici hebben betoogd dat targeted killings in overeenstemming
zijn met het internationaal recht en moreel zijn te prefereren boven alternatieve
manieren van oorlogsvoering. Anderen hebben het beleid daarentegen veroordeeld als
een flagrante schending van het recht op leven; als een vorm van buitengerechtelijke
executie die strijdig is met fundamentele mensenrechten. In deze workshop zullen de
verschillende argumenten die in het debat over targeted killing naar voren zijn
gebracht kritisch worden besproken. Hierbij zal worden ingegaan op de mensenrechten,
het oorlogsrecht en het fundamentele onderscheid tussen oorlog en vrede.


Dr. E.J. Doosje
Dhr. Doosje is psycholoog bij de Universiteit van Amsterdam. Hij is geinteresseerd in relaties tussen groepen. Hij schreef met andere mensen de boeken “In iedereen schuilt een terrorist” (2006) en “Aanpak van Radicalisme” (2010).

Workshop:
Dhr. Doosje vertelt eerst kort iets over een aantal mogelijke determinanten van radicalisering. Vervolgens gaan de deelnemers tijdens de workshop in groepjes overleggen over de manier waarop zij een determinant zouden willen aanpakken. De verschillende voorstellen worden kort gepresenteerd en bediscussieerd.




Mr. dr. M.A.H. van der Woude
Mevr. Van der Woude is momenteel werkzaam als Universitair Docent Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden. In December 2010 promoveerde zij op het proefschrift getiteld “Wetgeving in een Veiligheidscultuur. De totstandkoming van antiterrorismewetgeving in Nederland bezien vanuit maatschappelijke en (rechts)politieke context.” In haar huidige onderzoek richt zij zich op diverse vraagstukken rondom de effectiviteit en legitimiteit van de Nederlandse antiterrorismewetgeving alsook op vraagstukken rondom crimmigratie en etnisch profileren.

Haar workshop heeft als titel: ‘Wetgeving in een veiligheidscultuur – antiterrorismewetgeving in Nederland’. Dat de samenleving en – daarmee gepaard gaande – het politieke bestel de afgelopen decennia aanzienlijke veranderingen hebben ondergaan, staat buiten kijf. Vanuit verschillende disciplines is geprobeerd om deze veranderingen te duiden en te analyseren. In deze werkgroep zal eveneens kort worden stilgestaan bij de theoretische reflecties betreffende de radicaal veranderende politieke en maatschappelijke context om vervolgens de vraag op te werpen: “Wat betekent het ontstaan van een zogenoemde veiligheidscultuur nou precies voor onze democratische rechtsstaat?”. Aan de hand van een uitgebreide case-study van de Nederlandse antiterrorismewetgeving zal worden getracht een antwoord te vinden op deze en andere vragen.


Prof. dr. R.M. Letschert
Mevr. Letschert is professor victimologie en internationaal recht en als adjunct directeur werkzaam bij het International Victimology Institute Tilburg. Zij doet onderzoek op het gebied van de ontwikkeling en implementatie van slachtofferrechten, en naar collectief slachtofferschap als gevolg van internationale misdaad en schendingen van de mensenrechten, bijvoorbeeld in de vorm van terrorisme of genocide.


Workshop: Slachtofferrechten na terroristische aanslagen; een wassen neus of werkelijkheid?
Zowel vanuit juridisch als psychologisch oogpunt is het belangrijk te onderzoeken of de gevolgen van massa victimisatie soortgelijke of andere effecten op slachtoffers hebben vergeleken met conventionele misdaad. Verschillende studies hebben aangetoond dat slachtoffers dezelfde behoeften hebben, of ze nu slachtoffer van grootschalige misdrijven zijn of slachtoffer van conventionele misdaad. De reacties zijn ook over het algemeen hetzelfde; zoals shock, boosheid, depressie, schuld, angst en de behoefte dat de daders worden gestraft. Echter, de impact van de slachtofferervaringen kan veelomvattender zijn en de implementatie van bestaande slachtoffervoorzieningen en slachtofferrechten kan additionele complicaties met zich meebrengen (Letschert, Staiger, Pemberton, 2010). Zo is het van groot belang te erkennen dat terroristische aanslagen niet alleen directe slachtoffers veroorzaken, maar een veel grotere groep kan treffen. Een aanzienlijk groep mensen die in de Verenigde Staten de aanslagen van 9/11 op de televisie hadden gezien, vertoonden bijvoorbeeld symptomen van posttraumatische stress. Woede van deze ‘tertiaire’ slachtoffers kan zich ook vertalen in vergeldingsacties.
Internationale (quasi-) juridische slachtofferinstrumenten hebben van oorsprong vooral slachtofferschap van conventionele misdaad voor ogen gehad. Uit onderzoek blijkt echter dat de werking van klassieke slachtofferrechten – zoals het recht tot deelname aan het strafrechtelijk proces of recht op compensatie – in de praktijk veel moeilijker uitvoerbaar zijn in de context van massa victimisatie In deze workshop zal aan de hand van verschillende voorbeelden worden bediscussieerd hoe recht kan worden gedaan aan slachtoffers van terroristische aanslagen. Hierbij zal worden aangesloten bij recente ontwikkelingen binnen de Verenigde Naties en de Europese Unie.



Prof. dr. G.G.J. Knoops
Dhr. Knoops is professor internationaal strafrecht aan de Universiteit van Utrecht. Hij is twee keer gepromoveerd als doctor zowel aan de Universiteit van Leiden (strafrecht) alsmede aan de Universiteit van Ierland op het gebied van internationaal strafrecht en Internationaal Strafrecht. Daarnaast behaalde hij een LLM graad (Master of Law) aan de Universiteit Leiden op het gebied van het publiek internationaal recht en internationaal strafrecht. Als advocaat praktiseert hij bij Knoops en Partners advocaten te Amsterdam. Hij trad en treedt nog steeds op als advocaat voor verschillende internationale tribunalen. Ook schreef hij diverse boeken.

Zijn workshop heeft als titel: ‘De wereldorde tien jaar na 9/11’. Slechts enkele momenten na de aanslagen op 11 september 2001 oordeelde president George W. Bush, zoals we kunnen lezen in zijn memoires Decision Points uitgegeven in 2010, dat deze aanvallen moesten worden gezien als ‘een oorlogsverklaring’ tegen de Verenigde Staten. De voormalig president beschreef zijn eerste reactie na de aanslagen, waarschijnlijk eenzelfde reactie als menig inwoner van de VS toen had, als: “We were going to find out who did this, and kick their ass”.

Oorlog en wraak waren dus de hoekstenen van het politieke, militaire en juridische beleid van de VS in het post 9/11 tijdperk. Hoekstenen waarop een nieuwe wereldorde werd gebouwd en waarmee een nieuw fenomeen werd uitgevonden: de Global War on Terror (wereldwijde oorlog tegen terreur). In de nasleep van 9/11 zijn er een aantal fundamentele beginselen van het internationale (straf)recht dramatisch veranderd. In de workshop van professor Knoops zullen deze veranderingen en de gevolgen hiervan voor overheid, justitie, juristen, maar ook de wereldburger, de revue passeren. Hij zal dit ook doen aan de hand van zijn recente boek Blufpoker: de duistere wereld van het internationaal recht.


Dhr. R. van Wegberg
R.S. (Rolf) van Wegberg MSc is onderzoeker/docent bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden. Aan diezelfde universiteit studeerde hij tussen 2006 en 2011 Criminologie, met als specialisatie Veiligheidsbeleid en Rechtshandhaving. In 2011 studeerde hij af op een evaluatieonderzoek naar de samenwerking tussen de actoren belast met witwasbestrijding en het voorkomen van terrorismefinanciering in Nederland.

Wast een berg, kost een beetje.
De relatie tussen en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering in Nederland

Tijdens zijn workshop zal hij nader ingaan op de relatie tussen witwassen en terrorismefinanciering. Er is namelijk veel overlap tussen witwastransacties en het financieren van terrorisme. Zoveel zelfs dat de wetgeving om deze beide (integraal) aan te pakken één en dezelfde is. Met deze wetgeving, voornamelijk de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT), probeert de overheid via een meldplicht voor diverse verschillende instellingen, inzicht te krijgen in ongebruikelijke en verdachte geldstromen rondom deze twee speerpunten. Maar wat is nu precies de relatie tussen witwassen en terrorismefinanciering? Hoe herken je terrorismefinanciering eigenlijk? En, hoe (effectief) pakken we dat in Nederland aan?


F. Geelhoed
F. Geelhoed
Fiore Geelhoed is gepromoveerd op het gebied van Moslim fundamentalisten en biedt een heldere kijk op deze verborgen wereld.

Hoe ‘anders’ zijn ‘radicale’ moslims?
Het algemene beeld van radicaliserende moslims is dat ze vooral 2e generatie Marokkaanse jongeren zijn. Deze jongeren zouden in een identiteitscrisis verkeren met name doordat ze tussen twee culturen instaan en zich niet door de samenleving geaccepteerd voelen. In dit beeld ligt de nadruk op de verschillen tussen radicale moslims en de autochtone, niet-moslim Nederlander. Maar is de nadruk op het verschil terecht?
Het proefschrift dat criminologe Fiore Geelhoed bij de Erasmus Universiteit Rotterdam heeft geschreven laat zien dat dit beeld van de radicale moslim ‘ander’ te beperkt is. Uit half-open interviews, observaties en analyse van internetdiscussies blijkt dat orthodoxe, radicale en extremistische moslims in Nederland in meerdere opzichten dichter bij ons staan dan we misschien zouden vermoeden.

Deze workshop laat zien waar de raakvlakken zitten tussen de moderne Nederlandse samenleving en ‘radicale’ moslims door in te gaan op hun etnische achtergrond, houdingen, gedrag en de verklaringen voor radicalisering.


Dhr. J.L. de Bie
Dhr. de BieSinds september 2011 is Jasper aangesteld als promovendus aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie. Voor zijn onderzoek naar Jihadistisch Terrorisme in Nederland is hij deels gedetacheerd bij het WODC van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Daar doet hij onderzoek naar de ontwikkeling van Jihadistisch Terrorisme in Nederland, gebaseerd op een dossieranalyse van afgesloten politie onderzoeken.

De workshop zal gaan over Jihadistisch terrorisme in Nederland. Hij doet onderzoek naar dit fenomeen op basis van politie-dossiers uit de periode 2006-2011. Hij heeft hierover nog geen resultaten omdat het onderzoek nog gaande is, daarom zal hij voornamelijk de resultaten presenteren van Christianne de Poot die hetzelfde onderzoek heeft gedaan van de periode 2001-2005. Verder zal hij dieper in gaan op de disproportionele aanwezigheid van
“illegalen” in haar onderzoekspopulatie. Hij zal vooral de link met illegalen benadrukken.

Dhr. S. S. Nabi
Dhr. Nabi MSc is afgestudeerd aan de VU Amsterdam en nu werkzaam bij de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij heeft binnen de Afghaanse gemeenschap een etnografische studie gedaan naar ‘hawala’, een vorm van ondergronds bankieren. Voor zijn onderzoek reisde hij af naar Afghanistan, Pakistan en Dubai om daar het ondergronds bankieren van binnenuit te leren kennen.

workshop
De geschiedenis van het ondergronds ofwel informeel bankieren gaat terug tot voor het ontstaan van het formele bancaire systeem. Dit fenomeen heeft echter in het westen bekendheid gekregen na de aanslagen van 9/11. Verondersteld wordt dat het financieren van de aanslagen door al-Qaeda via informele kanalen geschiedde, te weten via ondergronds bankieren. Bovendien worden de ondergrondse bankiers beschouwd als een bedreiging voor het anti-witwasbeleid. De volgende vragen staan tijdens de workshop centraal. Wat is ondergronds bankieren? Hoe het systeem functioneert? En met welke aandachtspunten moet bij de regulering en bestrijding van ondergronds bankieren rekening worden gehouden?