ICD - Interstedelijke Criminologie Dag

Workshops

Dr. A. Schmid

State Terrorism: A Thing of the Past?

schmidFear as a tool of rule can involve the instrumentalization of a foreign danger, real or overblown, or the use of  intimidation, draconian punishment and arbitrary violence by the state and its agents. After reviewing four historical manifestations of state terrorism – French revolution (1793-1794), Russia (1917-1953), National-Socialism (1933-1945) and selected countries of Latin America (1970s and 1980s) – the speaker identifies seven indicators of state terrorism. Subsequently he introduces the Political Terror Scale and shows how repression and state terrorism evolved in the last thirty years, during and after the Cold War around the world.

Achtergrond

Alex Schmid  is Director of the Vienna-based Terrorism Research Initiative (TRI) and Editor of its electronic journal Perspectives on Terrorism. Until May 2009 Prof. Alex P. Schmid held a chair in International Relations at the University of St. Andrews, where he was Director of the Centre for the Study of Terrorism and Political Violence (CSTPV). Prior to this appointment in May 2006, Dr. Schmid served as Officer-in-Charge of the UN Terrorism Prevention Branch in Vienna, where, from 1999 to 2005, he held the position of a Senior Crime Prevention and Criminal Justice Officer. Before joining the United Nations, Prof. Schmid held the Synthesis Chair on Conflict Resolution at the Erasmus University in Rotterdam. He also taught International Relations at the Department of  Political Sciences of Leiden University where he also acted as Research Coordinator of the Interdisciplinary Research Programme on Causes of Human Rights Violations (PIOOM).  He was an Einstein Fellow at the Center for International Affairs, Harvard University, and served, for several terms, on the Executive Board of the International Scientific and Professional Advisory Council (ISPAC) of the United Nations Crime Prevention and Criminal Justice Programme. Dr. Schmid is a Member of the World Society of Victimology and a Senior Fellow of the Memorial Institute for the Prevention of Terrorism (MIPT). He is also a Member of the International Permanent Observatory on Security during Major Events (IPO) of the United Nations Interregional Crime and Justice Research Institute (UNICRI) in Turin. Prof. Schmid is a Corresponding Member of the Royal Academy of Sciences of the Netherlands and Member of the European Expert Network on Terrorism Issues (EENet).  He serves on the Advisory Board of the Global Terrorism Database of START, a University of Maryland-based Center of Excellence of the US Department of Homeland Security. He is also a member of the Editorial Board of *Peace and Conflict* (CIDCM, University of Maryland). Until recently he was  also joint Editor of *Terrorism and Political Violence*, the leading interdisciplinary journal in the field. Alex P. Schmid has authored and edited more than 150 reports and publications, including the award-winning ‘Political Terrorism’.


Prof. Dr. H. Van De Bunt

De nexus tussen politiek en georganiseerde misdaad

buntIn verschillende landen is er sprake van samenwerking tussen de gevestigde politieke orde en criminele organisaties. Hoe ziet die samenwerking er precies uit; welke verschillende vormen bestaan er, en hoe kan deze nexus worden verklaard? Zijn het zwakke of falende staten die kwetsbaar zijn voor de samenwerking met criminele groepen, of zijn deze staten juist zwak geworden door de aanwezigheid van georganiseerde misdaad? In hoeverre bestaat het gevaar dat de nexus zich gaat verspreiden? Leidt nauwere samenwerking met staten die banden met georganiseerde criminaliteit hebben tot ‘besmettingsgevaar’ voor anderen?

Achtergrond

Prof. Dr. Van de Bunt is hoogleraar Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoofd van de sectie. Ook is hij voorzitter van het Erasmus Instituut voor Toezicht en Compliance. In de jaren ’90 is hij directeur geweest van het WODC. Na zijn dissertatie in 1985 over Officieren van Justitie, heeft prof. dr.  Van de Bunt veel onderzoek gedaan naar verschillende terreinen van de criminologie. Zo heeft hij onder andere onderzoek gedaan naar criminaliteitsbeleid, ondergronds bankieren, bloeddiamanten, (internationaal) georganiseerde criminaliteit, corruptie en fraude.


Prof. Dr. W. Huisman

Bloeddiamanten en conflictchocolade: De betrokkenheid van ondernemingen bij staatmisdrijven

huismanDeze workshop zal gaan over state-corporate crime: de betrokkenheid van ondernemingen bij misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. Aan de hand van enkele actuele casussen zal ik laten zien dat we hier een door het Internationaal Strafhof vergeten dadercategorie hebben en in discussie de mogelijkheden verkennen om ondernemingen voor deze betrokkenheid aansprakelijk te stellen.

Achtergrond

Prof. dr. W. Huisman is hoogleraar Criminologie, afdelingshoofd Strafrecht en Criminologie en voorzitter van het opleidingsbestuur Criminologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Tijdens de ICD zal prof. Huisman zijn workshop toespitsen op state corporate crime en de betrokkenheid van ondernemingen bij misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven.


J. Hemmer MSc

Geweld in Darfur: Over de rol van de Soedanese staat

hemmerHet geweld dat in 2003 in Darfur losbarstte staat niet op zichzelf. Sudan kent een lange geschiedenis van binnenlandse gewapende conflicten. Hoe valt dit stelselmatige karakter van het (politieke) geweld in Sudan te verklaren? Dit is de vraag die centraal zal staan in deze workshop. Verder is er ondermeer aandacht voor de vervolging van President Omar al-Bashir door het Internationaal Strafhof, en de (relevantie van de) vraag of er sprake is van genocide in Darfur.

Achtergrond

De heer Hemmer heeft Ontwikkelingsstudies en Politicologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen gestudeerd en is van 2007 tot 2008 landenspecialist Sudan geweest voor Amnesty International. Sinds 2008 is hij verbonden aan Clingendael Instituut, waar hij werkzaam is voor de Conflict Research Unit. Hij is gespecialiseerd in vredes- en veiligheidsvraagstukken met betrekking tot Afrika, vooral in de Hoorn van Afrika en het Grote Meren gebied. Tot zijn recente onderzoeksthema’s behoren het Verzetsleger van de Heer, de relatie tussen Congo en Uganda, Darfur en het Internationaal Strafhof, de binnenlands-politieke ontwikkelingen in Somalië en verkiezingen in Sudan.


Mr. J.J.T.M. Pieters

Grenzen van terrorismebestrijding

PietersIk benader het onderwerp van twee kanten: ongebreidelde informatie-inwinning en – uitwisseling: wereldwijd wordt van alles over iedereen verzameld aan informatie, waarbij telkens wordt aangegeven dat dit noodzakelijk is voor een adequate bestrijding van terrorisme. Wat gebeurt er met deze informatie? Wie heeft toegang tot deze informatie? Zijn er wettelijke regels voor het internationaal uitwisselen van informatie (internationaal en vanuit Nederlands perspectief)? Datamining en directe gevolgen voor de burger. Controle op de herkomst van informatie. Gebruik in strafzaken van deze informatie. Samenwerking met dubieuze landen als het gaat om mensenrechten. Is dergelijke samenwerking (met name informatie-uitwisseling) gewenst en hoever gaat Nederland daarmee? Politieke en juridische consequenties. De werking van het vertrouwensbeginsel.

Achtergrond

Mr. Pieters is Officier van Justitie en gespecialiseerd in internationale samenwerking. Ook is hij als lector strafrecht en strafprocesrecht verbonden aan het Studiecentrum voor de Rechterlijke Organisatie. In 2007 heeft Mr. Pieters samen met twee andere auteurs het ‘Handboek Informatie en Opsporing’ geschreven. Hierin wordt beschreven hoe informatie ten behoeve van een strafproces wordt ingewonnen, verstrekt en verwerkt. In het handboek wordt voornamelijk aandacht besteed aan de wegvallende grenzen (letterlijke en figuurlijke grenzen) bij strafzaken waarbij op internationaal niveau wordt samengewerkt. Het algemene en internationale deel van het handboek is van de hand van Mr. Pieters. Ook is hij als auteur betrokken bij de Tekst en Commentaar Internationaal Strafrecht van Cleiren en Nijboer.


Mr. J.P. Loof

Terrorisme(dreiging) en mensenrechten: Staten in spagaat

loof De dreiging van transnationaal terrorisme in het post 9/11-tijdperk plaatst staten voor grote juridische uitdagingen. Bekend is natuurlijk dat staten in reactie op terreurdreiging of op daadwerkelijke terroristische aanslagen vaak overgaan tot draconische anti-terrorisme maatregelen die een aantasting of schending opleveren van allerhande mensenrechten (met name het recht op een eerlijk proces en het recht op toegang tot de rechter bij vrijheidsbeneming). Bekendste voorbeeld is waarschijnlijk de detentie van “illegale vijandelijke strijders” op de Amerikaanse legerbasis Guantanamo. Ook sommige Europese staten hebben de afgelopen jaren echter maatregelen getroffen of wetten ingevoerd die op gespannen voet staan met de verplichtingen die zij hebben op basis van diverse mensenrechtenrechtenverdragen. Probleem is echter dat die mensenrechtenverdragen de staten min of meer in een spagaat dwingen. Aan de ene kant moeten staten op grond van die verdragen bij het bestrijden van terrorisme zorgen dat de mensenrechten niet nodeloos of te vergaand worden aangetast. Aan de andere kant worden terroristische aanslagen zelf ook gezien als een aantasting van de mensenrechten (m.n. het recht op leven) en moeten staten op basis van de mensenrechtenverdragen zorgen voor voldoende bescherming tegen dat soort aanslagen. Betekent dat dan niet dan de bescherming van een aantal individuele rechten vanwege de terrorismedreiging toch op een wat lager niveau moet worden gezet om de burgers voldoende bescherming tegen terrorisme te kunnen bieden?

Achtergrond

Mr. Loof is sinds 2001 fulltime universitair docent Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Leiden. In november 2005 promoveerde hij op zijn dissertatie Mensenrechten en staatsveiligheid: verenigbare grootheden? Eind 2006 ontving hij voor deze dissertatie de Max van der Stoel Human Rights Award van de Universiteit van Tilburg. Hij is Senior research fellow van de landelijke Onderzoekschool Rechten van de Mens. In zijn onderzoek is hij gespecialiseerd op het terrein van de nationale en internationale bescherming van de rechten van de mens.


Prof. Dr. J. Houwink Ten Cate

Iwan de verschrikkelijke: Een eerlijk proces voor Demjanuk?

houwinkIn deze workshop over het aanstaande proces in München tegen John Demjanjuk, verdacht van medeplichtigheid aan moord in vernietigingskamp Sobibor in de periode april-juli 1943 op joden uit bezet Nederland, staan twee vragen centraal, een meer historische en een meer juridisch-morele vraag.  De historische vraag is: wie is John Demjanjuk, van welke eenheid maakte hij mogelijk deel uit? De meer juridisch-morele vraag luidt: is het rechtvaardig en zinvol een proces te voeren tegen een 89-jarige verdachte, 66 jaar na dato, die al jaren in Israel gevangen gezeten heeft?  Van de deelnemers wordt een actieve participatie verwacht. Daarom lezen zij twee teksten, te weten een biografische schets van Demjanjuk en een zeer beknopte samenvatting van de uitspraak van het Israelische Hooggerechtshof over Demjanjuk uit 1993.

!!! DOWNLOAD DEZE FILES TER VOORBEREIDING:
Decision of Israel Supreme Court on Petition Concerning Demjanjuk
Een korte biografie van Iwan

Achtergrond

Prof. dr. Houwink Ten Cate is hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is historicus, afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Na een student-assistentschap bij H.W. von der Dunk (1978-1980) en stipendiaat bij het Institut für Europäische Geschichte te Mainz (1981-1985) is hij 17 jaar verbonden geweest aan de Afdeling Onderzoek van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie met als specialisme de geschiedenis van de jodenvervolging.


Drs. W. Heijster

Bewust straffen van onschuldige militairen: Mag dat?

heijster Militairen die op wacht wegens oververmoeidheid in slaap vallen, worden bestraft alsof zij schuldig zijn aan een normale reactie van het menselijk lichaam op oververmoeidheid: slaap, terwijl hun commandanten niet gestraft worden voor het nalaten van slaapmanagement en andere maatregelen om zo’n zogenaamd wachtdelict te voorkomen. Alle argumenten van de verdediging worden bijna systematisch genegeerd door de Militaire Kamer van de Rechtbank in Arnhem en de afgelopen jaren is geen enkele soldaat vrijgesproken, ook al had niemand zich bewust in een positie gebracht dat hij wel in slaap moest vallen, en waren andere betrokkenen tekort geschoten in hun opdracht om bijvoorbeeld de militairen op wacht van fris water te voorzien. Twee cases zullen in de workshop besproken worden en leiden tot o.a. de volgende vragen: Waarom houden rechters geen of te weinig rekening met normale menselijke reacties op abnormale omstandigheden? Waarom worden commandanten niet bestraft voor het niet of niet juist toepassen van slaapmanagement om wachtdelicten te voorkomen als het wacht houden zo belangrijk is voor het te bewaken personeel? Waarom accepteert de maatschappij c.q. de Tweede Kamer dat onschuldige militairen worden bestraft?

Achtergrond

Drs. Heijster is in 1987 als klinisch psycholoog afgestudeerd aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen en verricht al zijn activiteiten op basis van zijn jarenlange ervaring als militair psycholoog in de Koninklijke Landmacht en als docent Gedragswetenschappen en Ethiek op de Koninklijke Militaire Academie (KMA) te Breda. Hij is momenteel niet meer actief op de KMA en is dus militair psycholoog buiten dienst.


Dr. J. Handmaker

No Safe Haven: Ending Impunity for International Crimes through Domestic Courts

handmakerIn the spirit of the Rome Statute of the International Criminal Court and as state party to various international treaties, notably the Fourth Geneva Convention Concerning the Treatment of Civilians in Armed Conflict and the Convention Against Torture, the Netherlands is legally obliged to either prosecute individuals for having committed war crimes or torture or to render them to another prosecuting authority. Accordingly, the Dutch Ministry of Justice has established a special war crimes unit in the office of the public prosecutor (OM) and has successfully prosecuted a number of individuals. There are essentially two means by which such matters are brought to the attention of the OM, in both cases requiring physical presence of the suspect in the Netherlands. Both are problematic. Most accused persons are identified after being excluded by the refugee status determination procedure on the basis of “serious reasons” for believing that they had been engaged in international crimes. The second means, whereby suspects are brought to the attention of the OM on an ad hoc basis, has apparently been subject to political interference from other sections of the Dutch government. Focussing on a case of a former Israeli official who oversaw a policy on torture, this talk will argue that the procedure for referring suspects of international crimes to the OM, together with the interests of various stakeholders, make it inordinately difficult, but by no means impossible, to hold violators of international crimes to account at the domestic level.

Achtergrond

Dr. Handmaker is universitair docent in Ontwikkeling, Mensenrechten en Bestuur aan het International Institute of Social Studies (ISS) van Erasmus Universiteit Rotterdam en Honorary Research Fellow aan de Rechtenfaculteit van de Universiteit van Witwatersrand in Zuid-Afrika. Voordat hij bij ISS kwam, heeft hij jarenlang als mensenrechtenjurist/ adviseur gewerkt in verschillende delen van de wereld; voor Lawyers for Human Rights in Zuid-Afrika in 1993 en tussen 1996 en 2000. Hij studeerde Rechten in Engeland en promoveerde in Utrecht. In 1995 was hij geroepen tot de Bar of England and Wales.


Prof. Dr. P. Romijn

Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting: Nederland medeplichtig?

romijnDe socioloog Abram de Swaan heeft enkele jaren gelden vastgesteld dat staten in de twintigste eeuw de allergrootste moordmachines zijn geweest. Massamoord en genocide zijn de ergst denkbare misdrijven en de vraag ligt daarom voor de hand in hoeverre staten, hun instellingen en hun verantwoordelijke leiders zich hebben moeten verantwoorden. Het internationale rechtssysteem heeft sinds het begin van de vorige eeuw wetgeving gecreëerd om staatscriminaliteit te definiëren, eerst ten aanzien van de inwoners van andere landen, vervolgens ook die van het eigen land. Met vallen en opstaan is er een praktijk van internationale vervolging van overtreding van bezettingsrecht, oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid op gang gekomen. De Tribunalen van Neurenberg en Tokyo na de Tweede Wereldoorlog markeren deze ontwikkeling, het Internationale Tribunaal ter vervolging van de misdrijven in het voormalig Joegoslavië is één van de voorbeelden die laten zien dat er nog talrijke fundamentele problemen moeten worden opgelost.

In mijn workshop wil ik binnen deze internationale context de medeverantwoordelijkheid van organen en vertegenwoordigers van de Nederlandse staat aan misdrijven tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog aan de orde stellen. Daarbij zullen vragen aan de orde komen als:

- Was de Nederlandse overheid medeverantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen en in het bijzonder de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting?

- Hoe heeft de naoorlogse Nederlandse rechtspraak deze vraag beantwoord?Hoe is de naoorlogse Nederlandse staat omgegaan met de staatscriminaliteit ten tijde van de bezetting?

- Welke functie had het proces van transitional justice in de machtswisseling rond de bevrijding van Nederland?Welke lessen zijn er getrokken?

Achtergrond

Prof. Dr. Romijn is het hoofd van de afdeling Onderzoek van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en adjunct-directeur. Ook is hij hoogleraar Geschiedenis van de 20e Eeuw aan de Universiteit van Amsterdam. Het deel van de geschiedenis van de 20e eeuw waar prof. Romijn zich voornamelijk op richt voor zijn hoogleraarschap, is de geschiedenis van het openbaar bestuur ten tijde van crisis en oorlog. Ook houdt hij zich bezig met de geschiedenis van politieke transities en transnational justice. Andere onderwerpen waar prof. Romijn onderzoek naar heeft gedaan, zijn het drama in Srebrenica en hoe mensen die zich het geweldsmonopolie op een oneigenlijke wijze toe-eigenen en inzetten, bestraft kunnen worden.


Prof. Dr. D. Siegel

De georganiseerde misdaad: Kunst- en diamantensmokkel

siegelDeze workshop zal gaan over specifieke activiteiten van georganiseerde misdaad, met name over smokkel van diamanten en kunst naar Europa vanuit de derde wereld landen. Wie zijn de betrokkenen? Wie profeteert van armoede, ethnische conflicten en instabiele politieke situaties in Afrika en Azie? Worden de lokale problemen door de ‘globale’ inspanningen opgelost, zoals bijvoorbeeld de Kimberley process?

Achtergrond

Prof. dr. Dina Siegel is sinds 1 januari 2009 hoogleraar Criminologie aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrecht van de Universiteit Utrecht. Daarvoor was zij als universitair docent verbonden bij de afdeling Strafrecht en Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de VU. Prof. dr. Siegel doet onderzoek naar verschillende vormen van georganiseerde misdaad. Zij publiceerde over de Russische maffia, vrouwenhandel, drugssmokkel, terrorisme, en criminaliteit in de diamanten industrie.


Dr. S. Scagliola

Oorligsmisdaden in Nederlands-Indie: Een Nederlandse erfenis

scagliolaTijdens de dekolonisatieoorlog met Indonesie tussen 1945 en 1949 zijn op aanzienlijke schaal oorlogsmisdaden gepleegd zowel door de Nederlandse krijgsmacht als door  verschillende Indonesische strijdgroepen. Ondanks de scherpe sociologische analyse van J.A.A. van Doorn en Hendrix in hun standaardwerk ‘Ontsporing van geweld; over het Nederlands/Indisch/Indonesich conflict’ dat al in 1970 verscheen, blijft de discussie hierover vooral bepaald door politieke en morele stellingnamen, zonder oog voor de verscheidenheid aan lokale contexten van geweld en de dynamiek van guerrilla-oorlogvoering. Dat is vooral de consequentie van het feit dat oorlog en conflict doorgaans gevat worden in politieke en nationale termen die een bepaalde coherentie en logica suggereren. Alsof er een duidelijk begin en einde is en alsof al het geweld dat gepleegd wordt en de motivatie voor de strijd direct voortvloeien uit het oorlogsdoel. In deze workshop zullen de toepassing, beleving en verwerking van geweld op het microniveau in de context van guerrilla-oorlogvoering centraal staan. Hierbij zal gebruik gemaakt worden van individuele getuigenissen op papier (brieven en dagboeken), op geluidsband (interview) en op film (onthullingen over oorlogsmisdaden in de actualiteitenrubriek Achter het Nieuws in januari 1969). Deelnemers aan de workshop wordt gevraagd vooraf een korte schets te geven van hun achtergrond (leeftijd, opleiding, onderzoeksachtergrond, familie-banden met Nederlands-Indie/Indonesie) en van hun globale kennis over het onderwerp. Dit zal worden meegenomen in de discussie over het spanningsveld tussen beeldvorming rond een conflict en de beleving/ervaring van de direct betrokkene.

Achtergrond

Mw. dr. S. Scagliola is militair historica en coördinator van het Interviewproject Nederlandse Veteranen bij het Kennis- en Onderzoekcentrum van het Veteraneninstituut. Dit project bouwt aan een oral history archief van 1000 interviews met veteranen van militaire missies en conflicten waar Nederland bij betrokken is geweest. Voortbouwend op een scriptie waarvoor zij in 1998 de Jan Romein-prijs voor contemporaine geschiedenis ontving, promoveerde zij in 2002 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op de dissertatie ‘De Nederlandse oorlogsmisdrijven in Indonesië en hun verwerking’. Haar onderzoeksthema’s zijn oral history in de militaire context, collectieve verwerking van oorlog en conflicten en de sociale positie van veteranen. Zij is betrokken bij verschillende initiatieven om vernieuwingen door te voeren in de digitale ontsluiting en het hergebruik van interviewcollecties.


Dr. K. Peters

“State Crime” en haar bloedig vervolg: Gewapende conflicten, kindsoldaten en “bloed diamanten”

Midden jaren 90 van de vorige eeuw piekte het aantal burgeroorlogen in de wereld. Het overgrote deel van deze gewapende conflicten vond plaats in ontwikkelingslanden, veelal gekenmerkt door structurele armoede, grove schendingen van mensenrechten en corrupte en dictatoriale regeringen. Maar zijn de misdragingen van een staat een afdoende verklaring voor het ontstaan van deze conflicten. En zo ja, waarom terroriseerden de zogenaamde “vrijheidslegers” of rebellen de lokale bevolking in plaats van de zich op het leger en de staat te richten? In deze workshop zal de relatie tussen gewapende conflicten en “state crimes” verder worden onderzocht. Het een en ander zal worden geillustreerd aan de hand van de bloedige oorlog in Sierra Leone (1991-2002).

Achtergrond

Krijn Peters studeerde Rural Ontwikkelingssociologie in Wageningen. Voor zijn Masters deed hij in 1996/97 onderzoek naar de reintegratie van kindsoldaten in Sierra Leone en naar voormalige Rode Khmer soldaten in Cambodja (1998). In 2000 werkte hij een jaar voor Save the Children in het Verenigd Koninkrijk en in Liberia aan een evaluatie studie van kindsoldaat projecten. In 2001 begon hij aan zijn promotie onderzoek, wederom in Sierra Leone, en richtte zich op de beruchte rebellenbewegingen RUF. Sinds 2005 is hij verbonden als docent aan het Centre for Development Studies, Universiteit van Swansea.